Uiteenlopende opvattingen over dierenwelzijn in groen onderwijs
Onderwijs dierenwelzijn gespiegeld
13-1-2012
Opvattingen over de betekenis van het begrip dierenwelzijn, het belang hiervan en de invulling van het onderwerp in het onderwijsprogramma verschillen erg tussen docenten en leerlingen van verschillende dieropleidingen in het groene Mbo. Dit blijkt uit onderzoek uitgevoerd door het Lectoraat Welzijn van Dieren van Hogeschool Van Hall Larenstein in samenwerking met Wageningen UR.
Vier opleidingen onder de loep
In 2009 en 2010 zijn 105 docenten en 376 derdejaars leerlingen van vierjarige groene Mbo opleidingen ondervraagd over de plaats van dierenwelzijn in het groene onderwijs. Respondenten waren afkomstig van opleidingen veehouderij, dierhouderij, paardenhouderij en paraveterinair verdeeld over 20 AOC locaties. Als aanvulling op de enquête werden diepte interviews gehouden met leerlingen, docenten en teamleiders, in totaal 132 personen. In het kader van het onderzoek vond ook nog een analyse plaats van de beschrijving van dierenwelzijn in de kwalificatiedossiers voor het groene onderwijs.
Dier even belangrijk als mens?
Er zijn grote verschillen in opvattingen onder en tussen docenten en leerlingen over de positie van de mens en de benodigde aandacht voor dierenwelzijn. Docenten en leerlingen Veehouderij nemen daarbij een overwegend antropocentrische houding aan. Ze vinden de mens het belangrijkste moreel, relevante wezen. De huidige aandacht voor dierenwelzijn vinden ze wat overdreven. Docenten en leerlingen van de overige opleidingen nemen eerder een zoöcentrische houding aan. Zij denken eerder dat mens en het dier beide moreel, relevante wezens zijn. Zij benadrukken de intrinsieke waarde van het dier en vinden aandacht voor dierenwelzijn relatief belangrijk.
Voor de overige resultaten en aanbevelingen, zie e samenvatting, en het uitgebreidere bericht op het Dierenwelzijnsweb.