Om het voortbestaan en de sterke economische positie van de tuinbouw binnen Nederland en de wereldeconomie ook in de toekomst te verzekeren dienen onderwijs,onderzoek en bedrijfsleven de krachten te bundelen. De Nederlandse tuinbouw draagt belangrijk bij aan het bruto nationaal product en verdient het om gefaciliteerd te worden in het op peil houden of te verbeteren van haar concurrentiekracht. Maar de ontwikkelingen in de tuinbouwsector volgen elkaar snel op. Om ervoor te zorgen dat het arbeidspotentieel de ontwikkelingen binnen de glastuinbouw bijhoudt, zullen bedrijfsleven, onderzoek en onderwijs veel meer en intensiever samen moeten werken. Het GKC programma Tuinbouw brengt deze partijen bijeen: ‘de bedrijven de scholen in en de scholen de bedrijven in’.